top of page
  • Pascal Maas

Grenadines



St. George, Grenada, dinsdag 23 januari 2007

Een frisse 20 knopen wind waait ons weer door de haren. Als vanouds weer op de neus. Gisteren hebben we ons zuidelijkste punt, iets onder 12º Noord, verlaten en nu zijn we weer opweg "omhoog". En naar het noorden in de Carieb betekent meestal hakken aan de wind. Even wennen weer, want vanaf de Canarische eilanden tot de Carieb hebben we wind mee gehad (de diesel uit Tenerife zit nog bijna allemaal in de tank. We zijn wel 3000 mijl verderop intussen!).

We maken een tussenstop in St. George waar we in "the Lagoon" ankeren. De baai is zo klein en er liggen zo veel boten dat we ons met moeite ergens tussen wringen. Gelukkig waait het hier niet en dobbert iedereen gedurende de nacht nèt niet tegen elkaar. The Caribean way zullen we maar zeggen.

Het zeilen is wel een ander soort aan de wind dan we gewend waren: het soort van zwembroek aan en golfjes overkrijgen. Niet koud, niet vervelend, eigenlijk lekker weer eens actief zeilen. De tijd een beetje vergetend komen we een uur voor donker aan op bestemming: Tyrell bay, Carriacou. Bruce (het anker) heeft er geen zin in en krabt driemaal, bij de derde keer is het donker. We besluiten dat het vannacht niet hard gaat waaien en laten het zo. De volgende ochtend gaan we dan wel een nieuwe poging wagen, met een ander type anker. De muggen blijven zoals altijd weg, het voorluik kan dus openblijven en zo slapen we in met uitzicht over een met sterren bezaaide hemel. En de zonsondergang was ook al niet slecht...

De volgende ochtend doet Syl tijdens de koffie een dekrondje en merkt terloops op dat er een stag gebroken is. Zakelijk voegt ze er aan toe dat we dus moeten gaan herankeren en daarna naar de kant om uit te vinden of iemand een nieuw onderwant kan leveren.

Verbazen doet het niet echt: we zijn al veel boten tegengekomen met dergelijke problemen (Lientoo met gebroken onderwant, Dalliance met gebroken voorstag). Wat er in de baai voor faciliteiten zijn is typisch voor dit gebied: een stel Fransen runt een repair work shop, een Brit een jachtwerf. Alle service rondom boten wordt geleverd door neergestreken westerlingen. We bestellen een nieuwe stag bij de werf. Daarna worden verdere details afgehandeld via marifoonkanaal 16, het locale telefoonnetwerk. De hele baai luistert intussen mee naar je wel en wee. Als je kanaal 16 een dagje laat aanstaan hoor je vanalles voorbijkomen: welke diensten er worden aangeboden, welke boot welke andere boten kent en wie welke problemen heeft (zoöok: "All ships All ships, wie kan mij helpen mijn epoxy te mengen?").

Vast liggen we dus even in Tyrell bay, wachtend op de stag. Om de problemen boven water te vergeten steken we ons hoofd dan maar onder water. Snorkelend het anker gaan inspecteren. Even voelen of het anker vast zit... jahaa ligt goed... hee, twee ogen steken boven het zand uit, geinig, oh, staart ook nog - moet een rog zijn - die loopt naar het anker vlak naast m'n... @#$!! Razendsnel terugtrekken! De ogen loeren... en doen niets.


Tobago cays, donderdag 1 februari 2007

"Vind, vind, allvays vind" vond onze Oostenrijkse buur, van wie we een sun-downer kregen, van de Tobago keys. Dat klopt, net zoals Union Island waar we net vandaan komen is het slechts een rif dat ons scheidt van 2000 mijl oceaan die rijkt tot aan Afrika. Het rif loopt rond, met middenin een aantal kleine eilanden.

Het is hier misschien wel bijna adembenemend mooi. De Wateraap ligt in een groot, belachelijk turkoois zwembad. Het water is kraakhelder. Kijk je richting het rif, dan krijgt het water een felle azuurblauwe kleur. We flipperen naar het rif en worden daar getrakteerd op een onderwatertuin vol met leuke visjes. Niet bang, die beesten, zo kun je ze goed bekijken (behalve die doorzichtige kleine visjes, als je daar naar wijst, verdwijnen ze in het zand). De volgende ochtend, gedurende een fikse regenbui, komt er een schildpad voorbij. Zo'n meter in lengte, met een soort schoolslag beweegt het door het water. Nieuwsgierig ernaast gaan zwemmen - best groot 1 meter schildpad - totdat de nieuwsgierigheid wordt beantwoord, het beest koers wijzigt, en vlak langs zwemt.

Drie dagen in de cays krijgen we overigens "vind, vind" genoeg - squalls met 6-8 Bf erin. We slapen iets minder rustig achter het anker. Na drie dagen lekker doorgewaaid te zijn wordt het tijd een beschut baaitje op te zoeken achter Union Island.


Frigate bay, Union, zondag 4 februari 2007

Het leven hier staat in het teken van snorkelen: we bekijken op de kaart waar het mooi snorkelen is, parkeren de boot zoveel mogelijk in de buurt, en gaan op verkenning. Frigate bay is een goed voorbeeld, een rotseiland dat stijl de diepte inloopt. We zien weer nieuwe vissen en proberen ze op te zoeken in onze visboekjes. Zo spenderen we een paar dagen. Het volgende baaitje is nog mooier, heeft blauwer water, fijner strand en een betere onderwatertuin.

Ondertussen houden we contact met het thuisfront, want David en Margje moeten binnekort ergens gaan opstappen. Ze gaan vanaf Martinique naar ons "toehoppen": een paar eilanden verder klunen. We spreken af op Bequia, dat lijkt haalbaar. Vervolgens spreken we daar ook af met neef Marc. De laatste keer dat wij ze zien voordat zij verder gaan naar het zuiden (wij gaan noord). In Bequia kunnen we dan ook mooi weer een paar dagen voorraden in slaan en een buitenboordmotor kopen. Dat laatste stuit tegen de borst van de schipper, die liever zeilt en als het moet desnoods roeit, maar hij ziet in dat er muiterij voorkomen moet worden.


Bequia, donderdag 8 februari 2007

We sluiten de dagtocht naar Bequia af met wat slagen de baai in. Net als we het grootzeil aan het opdoeken zijn gaat het DSC-alarm op de marifoon (telefoon voor zeilers), dat we negeren. Zo missen we neef Marc, die belde, maar vinden de Hafskip, die we voor het laatst in Lissabon zagen. We draaien achterlangs - vrolijk zwaaien - en proberen in de buurt te ankeren. Dat mislukt, we belanden aan de andere kant van de baai en eindigen met bijkletsen via de marifoon want zij gaan morgen vroeg weg en wij zitten vanavond bij neef Marc (die we ondertussen gevonden hebben).

De volgende ochtend staan we met boodschappenlijst aan de wal en weten daar bijna alles vanaf te tikken - ook de buitenboordmotor - behalve naaigaren. We zijn nu al bij zes zeilmakers geweest en geen van allen wil ons een klosje verkopen (vinden zij bad for business en wij flauw). De buitenboordmotor arriveert een paar dagen later per veerpont. We verwachten dat iemand hem aflevert. In plaats daarvan lopen eilandbewoners de pont op en zoeken tussen alle pakken hetgeen ze besteld hebben. Niemand die controleert. Even later lopen wij de pont af, met 2 pk tweetakt onder de arm (een "staafmixer" volgens neef Marc).

Heel gezellig, twee dagen later, wordt de Dalliance gesignaleerd. We hebben dagelijks met hen tijdens de oversteek gesproken maar ze nog niet echt ontmoet. Ze komen een avond borrelen. Ze merken ons regenopvangsysteem op (een gardena aansluitpunt in het zonnezeil) en als het even later gaat stortregenen kan het systeem getest worden. Met groot enthousiasme worden er in korte tijd veel tanks gevuld.

Een dag of wat later komen David en Marg aan. Het blijft leuk om mensen op te pikken van de kade in de bijboot en dan naar de geankerde Wateraap terug te varen. We gaan direct inkopen doen (groente en zwemvliezen) en komen doorweekt weer op de boot aan want het stortregent. Geeft niets, we zijn klaar voor een nieuwe tocht. Vanavond nog een klassiek concertje aan het strand (met neef Marc en Dalliance en M&D) en dan duiken we weer zuidwaarts de Grenadinen in.


Recent Posts

See All

Oversteek Spanje - Bretagne

La Coruña, Spanje, 10 augustus 2007 Nog even de zon niet loslaten, dat was de bedoeling van het via Spanje naar huis zeilen, in plaats van rechtsstreeks uit de Azoren het kanaal en de regen in. Die op

Comments


bottom of page