|
Oversteek Canarische eilanden - Kaap Verden
Voor Tenerife,
donderdag 14 december 2006
Dolfijnen!
Een hele groep, wel meer dan vijftien. Ze krijgen geen genoeg van spelen
met de boeggolf en elkaar. Sprongetjes, synchroonzwemmen, twists, turns,
curves en op z'n kop. Wij krijgen er een zonnig humeur van.
's Middags zijn we uit Santa Cruz vertrokken,
uitgezwaaid door de Zwitsers waar we gisteren een borrel hebben
gedronken. We beginnen op de motor maar al snel pikt er een windje op.
Zeilen dus.
Als de nacht valt vergeten we even het toplicht aan te
doen. Uit het
niets klinkt plots vlak achter de boot een grommende motor. Syl springt in de
kuip. Ze heeft net nog "een rondje" gekeken en geen scheepvaart gezien.
Dan gaat een schijnwerper aan, gericht op onze boot: Spaanse kustwacht.
Niet zo handig - we zijn net klaar voor de nacht en die willen
waarschijnlijk enteren en het schip doorzoeken. Misschien vinden ze het
verdacht een schip zonder licht. Ze draaien wat om ons heen, komen vlak
langs. Dan de marifoon: inderdaad ze willen aan boord komen. Nog een
half uur verder en in het holst van de nacht, ergens midden op zee,
klimmen een vriendelijke en een chagarijnige kustwachter aan boord. De
chagarijnige schrijft de scheeppapieren over en de vriendelijke vraagt
honderduit. "Naar de Kaap Verden?" "Een week?!". Tegen z'n collega, in
het Spaans: "Ze hebben een jaar vrij hiervoor!" Je bereidt je voor op
een week zee en eenzaamheid en plotseling zit je weer met iemand een
gezellig kletsverhaal te houden. We zien er kennelijk onschuldig genoeg
uit, want het schip doorzoeken hoeft niet. Vrolijk groetend stappen ze
weer overboord.
25º53' N, 17º05' W,
vrijdag 15 december 2006
Er staat een bokkig zeetje. Mer agité noemen ze dat
in het weerbericht bij Radio France. Er staat een deinig haaks op
windrichting, dus we krijgen een kruiszee. Onaangenaam. 's Avonds neemt
de wind af, maar de zee blijft staan. Dat creëert problemen voor het
tuig: het slaat met kracht heen en weer en zo ontstaat gemakkelijk
schade. Het betekent uiteindelijk dat we in het pikkedonker de zeilen
moeten strijken. Daar lig je dan zonder zeil te rollen in de nacht. Geen
voortgang. De GPS geeft 0 knopen aan. Alles in de kasten begint te
rollen, te tikken en te stoten. We proppen kussens in de kasten om het
glijden van potten, borden en etenswaar tegen te gaan. Ook een tweede
nacht gaat zo voorbij.
Tijdens een manouvre de volgende dag om in wat wind
zeilen te wisselen slaat de motor opeens af. Dat is bedenkelijk, die
opdracht hebben we 'm helemaal niet gegeven. Motorpech! Er staat nu
teveel deining en wind om aan een onderzoek te beginnen, dus dat stellen
we uit. Later blijkt de motor onder belasting kuren te vertonen.
Eigenlijk moeten we onder het schip kijken, maar de golven zijn te hoog.
We bellen met onze toekomstige opstappers op de Kaap Verden of ze een
eiland verder kunnen reizen: dat geeft ons de gelegenheid uit te wijken
naar Sao Vicente, waar de motor indien nodig gerepareerd kan worden. Dat
blijkt te kunnen, dus we verleggen de koers van Sal naar Sao Vicente.
20º30' N, 19º58' W, dinsdag 19 december 2006
Het
weer wordt wat beter. We krijgen voor het eerst een rustig
passaatwindje. Voor vertrek hadden we al gezien dat we een à twee dagen
zouden moeten dobberen. We blijven dichtbij het Afrikaanse continent om
dit zoveel mogelijk te vermijden.
Heerlijk fluisterzeilen in de nacht en dolfijnen als lichtgevende
torpedo's onder de boot. Je ruikt de Sahara hier, ver op zee. Ons gedeukte humeur stijgt en de motor wordt
even vergeten.
Op een goed moment nemen de golven voldoende af om een
blik onder het schip te gaan werpen. We willen zien of er een touw of
visnet in de schroef zit, een mogelijke oorzaak van onze
motorproblemen. We vinden dit liever op volle zee uit; als dat het is
kunnen we er wat aan doen en de motor gebruiken bij het ankeren. We
draaien de boot bij: overstag en fok aan de verkeerde kant. Het schip komt meteen
tot rust en verlijert met anderhalve knoop. Watertemperatuur: 25
graden, diepte 3,5 kilometer: plons! Ik neem een kijkje in de diepte:
steeds dieper, donkerder blauw. Dan onder de boot, de schroef. Die is
vrij. Dat is een tegenvaller, want dan is er iets anders aan de hand. We
lopen de lijstjes af, controleren dingen. Niets. We draaien nog een test
onder belasting, nu blijft de motor 30 minuten braaf lopen. Tja.
De passaat blijft waaien in de dagen die komen en het zeilen wordt
uiterst aangenaam. Het leven is niet vermoeiend meer, en ondanks de
nachtwachten met z'n tweeën zijn we overdag uitgerust. De wind varieert
tussen de 7 en 17 knopen, vaak met een dag-nachtritme. Dat betekent
zeilwissels. We proberen voor de nacht altijd zoveel mogelijk gereed te
zijn. Om 5 uur, anderhalf uur voor zonsondergang bespreken we het weer
en bepalen met welke zeilvoering we de nacht in willen. Dan zetten we
zeilen en vervolgens gaan we koken. Tegen zonsondergang zitten we dan
met een bordje op schoot in de kuip. Daarna gaat het wachtsysteem in:
een van ons gaat te kooi. Met een beetje geluk houdt het weer en hoeven
we niet in het holst van de nacht nog een zeilwissel te doen.
Vrijdag 22 december 2006
We zijn iets te vroeg. Nog maar twintig mijl naar Sao Vicente en het is
nog donker. Vaart minderen dus, want een ankermanouvre in een vreemde
haven met een twijfelachtige motor doen we liever met licht. Snelheid
minderen dus. Als we alle zeilen naar beneden halen lopen we nog steeds
3,5 knoop! Dan maar geen zeil op. Arie maakt het niet uit, die stuurt
gewoon stoicijns door. Dan, bij het ochtendgloren: land in zicht.
Vulkaaneilanden zijn spectaculair om aan te lopen. Hoog, dus van ver te
zien. Dramatisch van vorm en kleur. Prachtig.
De motor kan het niet over zijn hart verkrijgen om de
magie van het moment te verbreken en brengt ons braaf naar de ankerplaats. Een donkere
meneer op een surfplank peddelt met ons mee: "Hello Captain". Het
welkomscomitée valt aldus mee: slechts een boat boy. Anker ingraven (de
eerste keer voor Bruce!), opruimen, boat boy aanhoren, diepe zucht en
klaar is deze oversteek!
Logstand: 3229 nm
FOTO'S >
|