|
Marokko
Lissabon, donderdag 26 oktober 2006
Bang! We vallen weer van een golf af. Het schip schudt. Hier buiten op
zee zijn de golven toch hoger dan verwacht. We hebben een weekje gewacht
op een mogelijkheid om te vertrekken naar Marokko. Daar hebben we
afgesproken met een andere boot (van neef Marc). De mogelijkheid is er nu:
een lagedrukgebied trekt weg, en we willen de wind aan de achterkant
daarvan gebruiken voordat het windstil wordt. Helaas staat er nog een zee
van vijf tot zes meter hoog op de kop. We besluiten dat de golven nog te
stijl zijn om door te gaan. Terug dus maar weer, en wachten tot de
deining tot bedaren is gekomen. Geen probleem hoor, nu zien we de Torre
de Belém ook eens in het donker. Om middernacht liggen we weer in de
box, waar het Nederlandse dorp aan de borrel zit. We hebben al via de
kortegolfradio contact met ze gehad want ze waren benieuwd naar de
golfhoogte buiten op zee. Ze pakken de lijnen aan en nodigen ons uit
voor een drankje.
Lissabon, vrijdag 27 oktober 2006
Het is 's avonds 22:00 uur als we ons aan een tweede vertrek wagen.
Volgens de laatste voorspellingen moet de zee nu minder zijn. Er is
weinig wind, dus we motoren. Om een uur 's nachts komt er een welkome
oostenwind, kracht 3-4; we zetten grootzeil en high aspect. Die wind
hebben we nodig, want Marokko halen we niet op de motor alleen. Vroeg in
de ochtend wordt de wind zo sterk dat Maarten naar beneden roept voor
assistentie. Er staat inmiddels een dikke 6, we zetten een tweede rif.
De zee begint zich op te bouwen uit het oosten. We houden een dag lang
wisselend een 6 tot 8 Beaufort (met een uitschieter naar 46 knopen). We
varen 's nachts alleen op dubbelgereefd grootzeil met de fok aan dek.
Zo vaart het schip, iets scherper dan halve wind, heel stabiel. De
bemanning daarentegen voelt zich minder dan prettig in al die golven.
Arie, onze windvaan, is weer goud waard en stuurt ons door de
ongemakkelijke zee.
Mohammedia, maandag 30 oktober 2006
Dag drie brengt minder wind, en de golven zijn afgenomen. De GPS beweert
dat Marokko al aardig in de buurt moet zijn. Eerst komt de zon naar buiten, dan een
prettige wind. Vervolgens ziet Maarten land. Afrika! Wat vissers, een
boei. Een paar uur later zeilen we de haven van Mohammdia binnen. Dikke
tevredenheid. Een visser vaart juist uit en de bemanning zwaait
enthousiast. Welkom! Even later kunnen we ook enthousiast zwaaien naar neef
Marc: zij zijn een dagje eerder binnengekomen. Gezellig!
De kade brengt echter ook officials met zich mee.
De Capitain du Port vraagt of we geen radio hebben. Jazeker, meneer, dat
hebben we. Daarmee hadden we ons moeten aanmelden. Juist. De schipper
moet nu meekomen met de papieren. "U mag 1 dag blijven liggen. Morgen om
twaalf uur moet u de haven uit zijn". Dat is nu net niet helemaal de
bedoeling. Van te voren hebben we uitgezocht dat dit de beste plek is om
de boot een paar dagen te laten liggen en het binnenland in te trekken.
Ik probeer de man te polsen naar de reden van z'n halstarrigheid.
Glimlachen, uitleggen wat we willen. Opening bieden, geen reactie.
Andere officials, uniformen, petten. Police, gendarmerie, douane. Na
twintig minuten is het papierwerk gedaan. De douane doet aan boord nog pro forma een paar kastjes
open.
Ongrijpbaar Marrokaans is de bureaucratie hier.
Wij blijven maar rustig en aanvaarden hoe het gaat. Diezelfde middag blijkt,
als we ons verhaal doen bij het marinapersoneel, dat langer blijven geen
probleem is (natuurlijk niet, het levert hen geld op). Met de sigaretten
en wiskey nog in de tas besluiten we niets te doen en de zaak op z'n
beloop te laten, in plaats van ons geplande omkoopbezoek aan de Capitain
du Port. Willekeur: onze neef werd heel
direct
gevraagd om "een cadeau voor de kinderen" door een douanier. Een week later krijgen we andere vrienden op bezoek,
Juul en Anouschka. We draaien van te
voren het rondje: marinapersoneel, havenbewaking, lokale politie. Uurtje
wachten, alles uitleggen, gladstrijken. Nee hoor, geen probleem, uw vrienden zijn
meest welkom. Koud twee uur later, Juul & Anous aan de poort, nieuwe
beambte: Nee, 's avonds geen bezoek aan boord, dat kan alleen overdag.
Voor uw eigen veiligheid. De regels zijn schijnbaar alweer veranderd.
Onze vrienden kunnen alsnog op zoek naar een hotel. Dag later: de
Capitain du port (een andere) holt ons achterna. "Liggen jullie er al 9
dagen?! Het is nu na ramadan, ik ben ongelovige en ik heb drank nodig.
Hebben jullie wijn en bier aan boord?" Hij kijkt wat ongemakkelijk als hij
even later
aan de boeg van ons schip z'n flesje rood krijgt ("Plastic zakje eromheen,
meneer?" Gehaast: "Oui, oui").
Logstand: 1646 nm
Fes & Meknes, 3-7 november 2006
We bezoeken de bekende dingen in Fes en Meknes: moskee's, koranscholen
en de medina's (oude stad). De medina's moet je gezien hebben. De
ambachten liggen letterlijk op straat waar alles in elkaar genaaid,
geweefd, gehakt en getimmerd wordt. Het lijkt één grote toeristische
stunt totdat je erachter komt dat het serieus is. De medina van Fes is
een waar doolhof van nauwe straten waar in totaal 350.000 mensen wonen.
Hier kun je serieus verdwalen, ware het niet dat je op elke straathoek
opnieuw door een jongetje wordt aangespoken of hij je ergens heen kan
brengen. We kweken gevoel voor Islamitische architectuur en staan
urenlang stil bij de tegelpatronen.
Later slapen we in Meknes in een riad (Oud
herenhuis met patio, open dak en galerij. De indeling is afgeleid van
Romeinse villa's met centrale pluvium - ook hier gebruikt voor
regenopvang, het dak watert af naar binnen). Wij slapen waar vroeger
de
harem verbleef: drie sprookjesachtige kamers, uitkomend op
een binnenplaatsje met fontein en oneindige tegelpatronen. Zo hebben we wat
we in de moskeeën en medersa's bewonderden helemaal voor onszelf.
De tegenstelling tussen modern en ouderwets is
fascinerend in Marokko. Iedereen heeft een mobiel - ook de oude
gerimpelde man in traditioneel gewaad. Krottenwijken kom je met regelmaat tegen: rotzooi,
golfplaten, shaky muurtjes - en natuurlijk allemaal een satellietschotel
op het dak. Je geeft kennelijk eerst geld aan een TV uit en dan gaan we
eens naar die muur kijken. Dameskledij varieert van traditioneel plus
hoofddoek tot minirok en alles er tussen in. Er wordt flink
ge-experimenteerd en gemixt met traditionele en westerse stijlen. (De
heren dragen gewoon een leren jack.) Hoe verzorgder de heren er uit
zien, hoe groter de kans dat het een vermeende gids blijkt te zijn die
je met alle liefde wil rondleiden en van je geld wil afhelpen. De
zogenaamde "faux guides". Al doende leert men.
Marrakech, 10-11 november 2006
De rode stad, zo noemen ze Marrakech. Dat nemen ze behoorlijk serieus,
ook. Er is bijna geen stads-, tuin- of huismuur te bekennen die niet
deze vale, woestijnrode kleur heeft. Toeristisch, is het ook. Voor het
eerst komen we veel toeristen tegen en daarbij hoort kennelijk ook een
argressievere behandeling in de souhks. Aan bezienswaardigheden gelukkig
geen tekort. We maken een wandeling langs de rode stadsmuren, die op
veel punten benest worden door ooievaars. We snuiven wat kruiden op in
de souhks. We lunchen aangenaam langzaam, maar te duur. Daarna op naar
een paleis waar je duizelig wordt van het gepriegel met tegels,
houtbeschilderingen en kleiwerk. Ze zijn werkelijk prachtig, die
gebouwen.
Terug op de boot wordt het weer tijd om onszelf klaar
te maken voor vertrek. We willen naar de Canarische eilanden. Tijd voor
een weather update, dingen inslaan, boot controleren. Het is mooi
geweest, we schuiven maar weer eens wat op.
|