|
Galicië
La Coruña, maandag 4 september 2006
Vandaag is een wisseldag. David gaat weer richting huis; Astrid en
Wouter komen op bezoek. Iedereen vliegt via Santiago de Compostella, dus
maken wij van de gelegenheid gebruik om die stad te gaan bezoeken. Dat zo'n
changement de l'equipage verwarrend kan zijn begrijpen we en de spaanse
luchthavendiensten misplaatsen dan ook de bagage van zowel Wouter en
Astrid als van David. Zo zitten we aan het eind van de dag op een
terrasje met een tevreden kijkende Astrid en Wouter: beiden
"luchtig" gekleed en met pas aangeschafte tandenborstels en ondergoed.
De volgende dag gaan we bunkeren. Voor de zekerheid shoppen Astrid en
Wouter nog wat met de creditkaart van de KLM want die koffers die komen
toch niet meer. Op de terugweg worden ze vlak voor de jachthaven -
bezakt met nieuwe spullen - ingehaald door een busje van een
pakketdienst. Inderdaad: hun bagage. De karmameter slaat uit tot in het
rood.
Lage, woensdag 6 september 2006
We motoren van La Coruña naar Corme. Een paar keer denken we dat er toch
een windje gaat opsteken, maar het blijken steeds plaagstootjes. Als je
een zeil omhoog doet, houdt het weer op. Corme blijkt bij aankomst
voornamelijk te bestaan uit visfuiken, dus dan toch maar naar Lage aan
de andere kant van de baai. Het bezoek
stelt prijs op vaste grond onder de voeten, en dus meren we bow-to
af aan het enige jachtensteigertje dat Lage rijk is. Tijd voor de
tapastactiek: maximaal twee gerechten per tent en zo uitvinden waar de
goeie zit. We bestellen helaas toch weer teveel en krijgen slappe
patatas.
Na een zwempartij de volgende dag gaat het 's middags verder richting Camariñas en
we kunnen
zeilen. Ankeren zou ook moeten kunnen in deze baai maar we treffen
twee keer wier. Erg mooie baai, dat zeker, dus gaan we de volgende dag
middagankeren voor een strandje voor wat "verplichte" ontspanning.
Logstand: 912 nm. Watertemperatuur: 17° C.
Camariñas, zondag 10 september 2006
De eerste echte dag zonder schema. Gasten weg, doorjakkeren van de baan.
Syl heeft d'r enkel naar verstuikt, dus zij mag niets. En ik moet niets.
Onwennig kijken we op onze lijstjes: geen nopende zaken. Het
schuldgevoel kruipt omhoog. Zo komt zo'n logboek dus vol: te veel
tijd om helemaal niets op te schrijven.
Rond kaap Finisterre, dinsdag 12 september 2006
Een prachtige, Galicische morgen. Onbewolkt blauw. We varen de baai uit
en ronden de meest westelijke kaap van Europa (niet Finisterre, maar
Cabo Torinaña, ondanks populair geloof). Toch klopt er iets niet - het
is straalblauw, maar er hangt een dikke band op de horizon. Wolken?
Mist. Galicisch toveren: iemand knipt met z'n vingers en alles is weg.
Opeens zitten we er middenin. Dat betekent voor ons goed uitluisteren
naar andere schepen, en vaak posities plotten in de kaart.
Van Cabo Finisterre zien we niets. We ronden hem in dichte
mist, zonder er een glimp van op te vangen. We horen 'm wel, twee keer
per minuut "moeoeh, moeoeh" zeggen. Ergens is dus wat, en volgens de
plot moeten we nu al aardig in de baai zitten. Er knipt weer iemand met
z'n vingers. Uit het niets torent Finisterre's vuurtoren links boven ons
uit, en verschijnt een visser dichtbij aan de rechterkant. Die voor ons
wacht. Wat een aardige mensen, die Spanjaarden.
Het is schokkend te zien hoe snel die mist kan optrekken. Het
prettige is dat die vaak in de baai weer verdwijnt zodat we nu in alle
rust een ankerplaats kunnen zoeken. We moeten nog om een verborgen
rotsje heen dus dat komt goed uit. In de namiddag liggen we in alle rust
in een pracht van een baai.
Sardiñeiro, woensdag 13 september 2006
6:30 's ochtends, en de wind is gedraaid. Wakker geworden door een
andere beweging. Er rollen golfjes in de baai. Gisteren hebben we het
anker een paar keer gezet om goede grip te krijgen, het hield tot halve
kracht achteruit. We verwachten een front, dat nu duidelijk eraan zit te
komen. Tot nu toe waren die niet zo sterk, meer dan een dikke twintig
knopen wind verwachten we niet. Er staat nu 15 knopen, en van slapen gaat
niet veel meer komen want dit moeten we een beetje in de gaten houden.
Mocht het teveel worden, dan is het ankerop en een paar mijl naar
Finisterre varen waar we achter de pier kunnen gaan liggen.
Drie uur later en het gaat nu toch richting 30 knopen. We
liggen nog vast, maar we moeten misschien toch maar richting haven. Het
strand ziet er al minder gezellig uit over onze achterkant. We doen
eerst nog even de afwas. Dan: een scherpe tók. De boeg valt sterk
af, we zijn los. Blik op de windmeter: 39 knopen. Nu moet er snel
gehandeld worden. We schieten nog even een jas aan, want het regent
inmiddels behoorlijk. Motor aan, anker binnenhalen. Dat gaat boven
verwachting makkelijk. Even later wordt duidelijk waarom: er zit niets
meer aan het eind van de ketting. Het anker is verdwenen.
In Finisterre kunnen we alleen ankeren, dat is misschien nu
niet zo'n goed idee. Dan maar op weg naar een marina. Die ligt 20 mijl
bovenwinds en tegen een korte zee in. Tijdens de grimmige tocht daarheen
kunnen we overdenken hoe het de volgende keer beter moet. Tien uur later
is het weer over en liggen we in wat de meest luxe haven van Galicië
moet zijn: alles ziet er on-spaans duits en degelijk uit. Na het
verkrijgen van electronische toegang springen we meteen onder een warme
douche. Koud, dat Spanje.
Portosin, maandag 18 september 2006
Om onze ankerangst te overwinnen, hebben we goed weer afgewacht om weer
een ankerpoging te gaan doen - ditmaal met onze tweede anker. Het plan
is een baaitje in de buurt van Sangejo op te pikken. We lopen met dichte
mist het kanaal in tussen Islas Ons en het vasteland van Pontevedra.
Opletten, plotten en... jahoor, daar is ineens Islas Ons rechts en de
ria de Pontevedra recht vooruit. Alsof er geen mist geweest is. Een
Spanjaard in een stilliggend jacht zwaait. Nu komt het leuke gedeelte:
we hebben een stuk of drie baaitjes uitgezocht om ten anker te gaan
liggen. Het eerste baaitje is afgesloten door boeien die een zwemstrand
markeren. Hmmm. Onze volgende twee opties kennen hetzelfde probleem en
aangezien het al laat is druipen we af en varen de marina binnen.
Sangenjo, dinsdag 19 september 2006
De volgende morgen hangt dreigend op het havenkantoor een "extreem
weer"-waarschuwing, in het Galisisch uiteraard. Beetje Frans mengen met
Spaans: windstoten tot 120 km/hr door hurricane Gordon, de nacht van de
20e gaat het los. We hebben het plan om vannacht bij Islas Cies te
ankeren, omdat we @#$%! nu toch wel eens achter dat anker willen liggen.
Dat zou net moeten kunnen, als Gordon zich aan z'n afspraak houdt. We
maken een vluchtplan mocht het misgaan: Bayona ligt 7 mijl verderop, de
waypoints gaan alvast de GPS in. Het weer wordt permanent in de gaten
gehouden.
De Islas Cies is bekend terrein: daar hebben we al eens
eerder gelegen. Ankeren doen we op bijna dezelfde plek, na wat
rondgevaren te hebben om goede bodem te zoeken. Deze plek is prachtig.
Flippers aan en snorkels om, overboord en naar het strand. Aan de
overkant ligt een bekend Nederlands jacht, maar aan het eind van de
middag verdwijnen zij naar Bayona. Wij blijven liggen en wachten het
weerbericht af. Dat komt pas tegen 23:00 's avonds. "Storm to severe
storm, possible hurricane. Finisterre: South West 7-8, becoming South to
South West 9 to 12." Dat is op zich niets nieuws, maar wanneer komt
echter die 7-8? Nu is het nog bladstil.
Gaan we ons een tweede keer laten verassen? We kiezen,
met de staart tussen de benen, voor direct vertrekken. Ankerop dus, en
navigatieoefening in het donker. Rotsen links, licht met Flash 5 + Long
Flash vooruit, rechts daarlangs. In no time zijn we in Bayona. Zucht. En
Gordon? Die kwam 24 uur te laat, heel onbeleeft midden in de nacht. We
meten een nieuw record op de windmeter: 61 knopen, een uitschieter van
bijna windkracht 12. Blij dat we "binnen" zijn.
Bayona, vrijdag 22 september 2006
Vijf dagen regen huppelen achter Gordon aan, dus alle tijd om het land
te verkennen. Vandaag eens de bus naar Vigo, voor wat winkelgenot en een
echte Spaanse warme lunch. Interessant wordt het als we op zoek gaan
naar een wartel. Leg dat maar eens uit in het Spaans. We vallen een
willekeurig winkeltje binnen. De man gaat naar achter en komt terug met
een ding dat geschikt is voor een vissersboot. Nee, nee, we zijn maar
een jachtje. Iets kleiner graag!
Een man die al een tijd in de winkel staat wordt
aangesproken. Of hij iets weet? Tuurlijk weet hij dat, loop maar mee. We
gaan een volgende scheepswinkel binnen en de man beweegt een medewerker
op commanderende toon dingen te gaan zoeken. En inderdaad: een
wartel-op-maat. Heeft hij dan ook nog een nieuw hoofdanker voor ons? Dat
helaas niet, maar we krijgen wel een rondleiding door de werkplaats, 2
petjes met opdruk, e-mailadressen van het aanwezige personeel,
enthousiast handgeschud en een heuse factuur. Die we cash ter plekke
voldoen. Wat een vreselijk aardige mensen toch, die Spanjaarden.
Islas Cies, maandag 25 september 2006
Het verblijf in Galicië wordt afgesloten met, toch nog, drie daagjes
ankeren voor de Islas Cies. Het weer houdt voorlopig en we zullen pas
weggaan als de eerste regendruppels weer naar beneden vallen. Als het
anker is vastgetrokken is het meteen tijd om het nieuwe duikpak uit te
proberen. En met succes: zonder kou lijden kan het onderwaterschip
worden schoongemaakt. Zo op z'n kop hangend onder de rollende boot
blijkt trouwens dat je ook onderwater zeeziek kunt worden. Op tijd
stoppen, dus maar. Dat gerol heb je trouwens overal, ook in de havens.
De deining weet altijd wel een gaatje te vinden om binnen te komen. Op
een rollende boot wordt je na een tijdje gek, dus we expirimenteren we
met het overboord hangen van een puts. En met succes: het heeft op z'n
minst een placebo-effect op ons gestel gehad.
's Avonds draait er nog een Nederlandse boot de ankerplaats
op. Niet lang daarna komt de eigenaar aantuffen in de bijboot. Of we zin
hebben in een drankje vanavond? Uitstekend plan, zo'n ankerplaatsborrel.
We horen meteen wat verhalen van andere Nederlandse boten. Tot onze
gerustelling horen we dat ook zij ankers blijken te verliezen.
Op de derde dag wandelen we naar het pointe de vu van
het eiland. Foto-opportunity: geweldig uitzicht op de baai waar we ten
anker liggen waar we net, maar dan ook net, niet onze boot kunnen zien
liggen. Bij terugkomst begint het zachtjes te regenen. Dat kennen we -
maar er knapt iets. Wegwezen, aftaaien en inpakken! Naar het zuiden!
Diesel tanken, een land opschuiven. Morgen op naar Portugal...
|