|
St
Eustatius
Oranjebaai, dinsdag 1 mei 2007
Na het oponthoudt in St. Maarten moeten we kiezen. Door naar de British
Virgin Islands of toch nog terug naar de Nederlandse eilanden. We kiezen
voor het laatste. Statia blijkt bezeild, maar wel aan de wind. Er staat
een forse kruiszee, vergezeld door diverse buien. Sylvia stuurt
geconcentreerd tussen de golfkammen door. Op Statia ankeren we naast de
Lientoo, die al voor ons bij de duikshop gereserveerd hebben.
Zo geweldig beschut als je in St. Maarten in de lagoon kan ankeren, zo
open en onrustig is ankeren op Statia en Saba. Beide eilanden hebben
geen baaien, dus je kunt niet meer doen dan "schuilen" aan de lijzijde
van de eilanden. Helaas komt de swell wel om de eilanden heenzetten, dus
lig je altijd te rollen. Alleen als er een rustige swell staat, precies
uit het oosten, is dat uit te houden. Wij hebben geluk. Zowel op Statia
als op Saba zijn de condities voor hier extreem rustig. Oke, het rolt
wel, maar het is te doen. En de eilanden zelf maken dit ongemak
ruimschoots goed.
We duiken in "Wreck city" en "the Aquarium" en de volgende dag bij "the
Wall" en "Hangover reef". Bij "the Wall" gaan we tot 29 meter diep. Alle
duiken zijn verschrikkelijk mooi. Statia is een ongelofelijk mooie
onderwatertuin. Onze divemasters zijn ook geweldig. Heel relaxed en erg
gezellig. De Nederlands sprekende Deense duikinstructrice harkt
onderwatertuintjes aan, knuffelt met baracuda's en zeekomkommers (ook
wij houden er een vast, ze plakken met nopjes aan je handen), bestudeerd
minibeestjes met een vergrootglas, aait roggen, moonwalked en doet
pirouetjes op haar hoofd (ook Daan doet de kopstand en krijgt applaus). Ze weet ook een octopus en een enorme moreen voor ons te
vinden.
Oranjebaai, zaterdag 5 mei 2007
Naast duiken "moet" je op Statia "the Quill" (de kuil) bedwingen. Dit is
een vulkaankrater die op het hoogste punt 600 meter is. We staan heel
vroeg op, om in de koelte naar boven te kunnen lopen. Na 10 minuten
druipt het zweet al van je af, maar we komen er wel. Langzaam slingert
het pad naar de rand van de krater. Onderweg komen we tientallen
heremietkreeftjes tegen, die op weg naar beneden zijn. Ze paren namelijk
in zee. Die arme beestjes lopen dus 600 meter naar boven en naar
beneden! Verder komen we een paar slangen tegen en honderden
salamandertjes. Ook zijn er veel vogels, waaronder een zeldzame
duifsoort die vrijwel alleen nog hier voorkomt. De leguanen later zich
helaas niet zien. Hoe hoger je komt, hoe groener het wordt. In de krater
zelf lijkt de begroeiing weer meer op een tropisch regenwoud, terwijl de
rest van Statia vrij droog is. Om het hoogste punt te kunnen bereiken is
het nodige klauterwerk nodig, maar ons evenwicht bewaren kunnen wij
zeilers wel. We worden beloond met een prachtig uitzicht over het hele
eiland, met op de achtergrond Saba.
FOTO'S >
|