|
Iles des Saintes & Guadeloupe
Bourg des Saintes, Iles des Saintes, woensdag 28 maart 2007
Onder Guadeloupe liggen een paar kleine, wat drogere eilandjes: Iles des
Saintes. Deze eilandjes waren te droog om er serieuze landbouw op
te bedrijven, dus er zijn nauwelijks slaven naartoe vervoerd. Het zijn
voornamelijk Bretonnen die zich hier gevestigd hebben. En dat zie je nog
steeds. De huisjes, de taal, de koppen, zien er allemaal erg Bretons
uit. We ankeren tussen een oude, wat scheefhangende ferry en de
Fins/Nederlandse boot die we al in Dominica ontmoet hadden. Zij komen
meteen aan en geven ons een lift naar de kant. Inklaren lukt dan niet
meer (om vier uur is het kennelijk al theetijd) maar echte Franse koffie
en stokbrood zit er wel in. De volgende dag gaan we met de Finnen naar
het strand en snorkelen. Ook maken we een op zijn Frans gemarkeerde
wandeling over het eiland, waarop we fascinerende cactussen en leguanen
zien. Door de Franse markering raken we het pad kwijt en eindigen we
tussen hoge begroeiing en via achtertuinen weer op de weg.
's Avonds ankert er een Fransman "zoals het hoort": in het donker zodat je
niet kunt zien waar je je anker gooit. Zo wordt het leven immers une peu
plus intéressante. Ze ankeren erg dichtbij ons, maar we hebben het
afgeleerd daar iets over te zeggen, men luistert zelden. Ze springen
meteen in de dinghy om aan land te gaan eten. Een half uur later valt de
wind weg, zodat alle boten in willekeurige richtingen gaan dobberen. En
jawel, even later bonken we tegen de Fransman op. Gelukkig ziet een
andere boot ons tobben en gaat de eigenaren zoeken aan land. Deze moeten
hun diner vroegtijdig verlaten. Na een uurtje afhouden herankeren de Fransen
uiteindelijk, zonder een woord
met ons te wisselen, aan de andere kant van de baai. Zelfs geen sorry
kan er af. Frans ankeren noemen wij dat. De volgende dag herhaalt
dit ritueel zich, dit keer met een Amerikaanse boot, waardoor we 2 uur
lang met pikhaken en voeten in de weer zijn. Volgende keer gaan we er
toch maar weer iets van zeggen....
Vroeg, om vijf uur in de morgen,
wordt de schipper wakker. Er hangt een olie of diesellucht in de boot.
Da's niet in orde, even gaan kijken. Hmmm, het komt van buiten. Zeker
een olietanker in de buurt? Als we later opstaan hangt de lucht er nog
steeds. Iets klopt er niet, want het lijkt heel leeg om ons heen te zijn. Lag
er niet een ferry links naast ons? Na beter kijken blijken er alleen nog
een antenne en twee reddingsvlotten zichtbaar te zijn van de boot. Een
lichtblauwe gloed in het water: de ferry is gedurende de nacht gezonken. We vonden hem al zo verdacht scheef
hangen! We liggen middenin een olieplas, het wateraapje heeft een
verdacht bruine snor gekregen. Binnen de kortste keren hangen er een Franse helicopter boven en
worden er duikers afgezet. Dat ding kan hier niet in de haven blijven
liggen, dus die zal gelift moeten worden.
Op Les Saintes moet natuurlijk ook nog de hoogste top bedwongen worden.
Op de 1036 voet hoge top staat een uitkijktoren die ons een geweldig
uitzicht op het vliegveldje, op Guadeloupe en op Dominica biedt. Bij
terugkomst is de swell met bijbehorend rollen inmiddels zo naar
geworden, dat we besluiten te herankeren. We "schuilen" achter het
naastgelegen Îlet Cabrit, waar we een mooi uitzicht hebben op de Pain de
Sucre, een rotsformatie die er uitziet als, jawel.
Deshaies, Guadeloupe, woensdag 4 april 2007
Een weinig bijzondere tocht volgt van Les Saintes naar Guadeloupe. We
motoren in de windloze lij van het eiland.
Nog voordat we, wederom, naast de Finse boot ankeren, worden we beloond
met uitzicht op schilpadden. Deze baai wemelt ervan. Iedere keer als je
opkijkt zie je er weer een. En ze vinden het geen enkel probleem als je
met ze mee komt zwemmen. Ze moeten alleen een beetje uitkijken dat ze in
deze overvolle baai geen ankers op hun kop krijgen. De schipper gaat
snorkelen om het anker te controleren en wordt beloond met uitzicht op
een African Pompana. Een enorme rofvis met twee hele lange stekels op zijn
kop, die ondanks z'n menace een beetje sullig uit z'n ogen kijkt.
Ankercontrôles leveren vaak mooie dingen op...
In de pilot van "Saint Christopher" (Doyle) lezen we een beschijving van
een wandeling langs de rivier: "you follow the river from rock to rock
passing many a pretty pool". In het plaatselijke boot-aan-boot krantje,
de Compass, stond een ingezonden brief van mensen die steen en been
klaagden over de ondoenbaarheid van deze wandeling, dat ze met goede
wandelschoenen er uren over hadden gedaan en dat ze het eindpunt nooit
gevonden hadden. Een wandeling, kortom, die wij maar eens moesten gaan doen. Bij de
bakker onderweg komen we een Engelsman tegen, die ook de gids en de
brief heeft gelezen. Even later blijkt hij ons te volgen. Het blijkt de meest betoverende wandeling tot
nog toe te zijn. Inderdaad, springend en soms een beetje klauterend van
steen naar steen komen we uiteindelijk uit bij een waterval. Je loopt
dooor een prachtige tunnel van groen, zigzaggend door de rivier. Een
flauwe koelte waait stroomafwaarts door de groene tunnel, dus het is ook
nog lekker verfrissend. Na deze "overwinning" worden we door de
vriendelijke Engelsman voor een borrel uitgenodigd. Hij blijkt na zijn
pensioen een boot in de Carieb gekocht te hebben. 's Winters zeilt hij
hier en 's zomers zeilt hij met zijn andere boot in Engeland. Hij zeilt
nu solo, langzaam afzakkend naar Grenada, waar hij een vriend zal
oppikken. Hij
vertelt dat hij meneer Doyle, de schrijver van de zeilgids, regelmatig
is tegengekomen, met een block note in zijn hand. Deze kranige 70-ger
zeilt dus ieder jaar nog heen en weer in de Caraiben en controleert
daadwerkelijk of alle gegevens uit zijn gids nog wel kloppen.
FOTO'S >
|