|
Oversteek Kaap Verden - Grenada
Vertrek: donderdag 28 december 2006, 14:00 UT
Het is bewolkt en waait stevig door op de ankerplaats en we zijn klaar
voor vertrek. Raymond & Kitty & 80 kg bagage zijn een paar dagen geleden
aangemonsterd. Zij brengen luxe proviand, noodzakelijke onderdelen en
kerstcadeaux van familie voor ons mee. We vieren kerst onder een plastic
minikerstboom met minilichtjes. De boom is te klein voor de berg
cadeaux. We slaan een borrel met een buurboot af om kerst te kunnen
vieren (maar halen dat morgen natuurlijk met ze in): echte hollandse
gehaktballen uit blik als kerstdiner.
Na vertrek komen we al snel in de versnellingszone tussen de eilanden.
Daar staat vaak 1-2 Beaufort meer wind, we zetten dus in de baai al de
werkfok en dubbel gereefd grootzeil. Inderdaad, buiten staat een 6 tot 7
Bf. We sturen op de hand wegens het zeilplezier en maken 7-8 knopen, in
surfs meer. Dat schiet alvast op. Achter Sao Antao valt de wind
plotseling en bruut weg. Schommel, smijt. Dit wil je niet als zeiler -
geen wind, veel golf: zeilen dus onmiddelijk naar beneden en oppassen
dat je niet overboord valt. We motoren 20 minuten en hervinden de wind
die even plots en bruut weer 6+ Beaufort meet.
Veel wind, hoge golven: geen ideale omstandigheden om
weer aan de zee te wennen. Na een paar uur wordt de crew wat apatischer.
Het inschommelen is begonnen. Veel slapen dus en als je iets moet doen dat
efficient houden. Raymond trekt zich nergens wat van aan, en maakt wat
eten klaar. Na drie tot vier dagen zal deze mist van ongemak weer
wegtrekken uit de hoofden van de bemanning.
16º40' N, 32º58' W: zondag 31 december 2006, 23:00 UT
Als verrassing bellen we naar familie in Nederland om ze gelukkig
nieuwjaar te wensen. Nog niet geheel gewend aan de zee ligt de
alcoholconsumptie laag. Wegens bewolkt weer kon de ijskast niet draaien,
en dat sluit champagne uit. We vieren twaalf uur Nederlandse tijd oud en
nieuw met een glas port.
Er staat tijdens onze overtocht voortdurend een kruiszee. Een korte,
stijle deining van tussen de 2-5 m uit het noordoosten en een 1,5 m golf
uit zuid-zuidwest. Er wordt gesmeten met het schip. Je huis staat op een
schommel. Alles: keuken, slaapkamer, navigatiehoek gaat elke 5 sec van
boord tot boord. Omdat de golven kort zijn, gaat dat vrij schuin door.
Eens per minuut heb je een veneinige, afwijkende golf die in 1 seconde
het schip de andere kant opgooit. Dit betekent dat je niet op je benen
kunt blijven staan, de krachten zijn te groot. Je moet ten alle tijden
één hand ergens aan vasthouden. Niets blijft staan: een pan op het vuur
moet je vasthouden, een kopje kun je niet neerzetten. Alles gaat direct
van hand tot hand. Een boterham smeren lijkt nog het meest op een
kruising tussen acrobatiek en jongleren. De antislipmat is een onmisbaar
stuk techniek: men kan, indien de golven juist worden ingeschat, even
iets neerzetten (om bijvoorbeeld een deksel los te draaien - twee
handen!). Maak je een schuiver gedurende deze tarting van het lot, dan
kun je de salade alsnog van de vloer boenen. De kruiszee zal de hele
overtocht bij ons blijven en voor het grootste ongemak zorgen. Je went
aan de golven, zeeziek wordt je niet meer. Maar dat gegooi... De "lange
oceaangolven" waar men van pleegt te spreken zijn wij gedurende ons
vertrek, 6 maanden geleden, nog niet tegengekomen. Ons vermoeden is dan
ook dat dit een mythe is (zeemeerminnen hebben we ook nog niet gezien).
De bokkige noordzeegolf is op de oceaan gewoon twee keer zo hoog.
Intussen schiet het wel lekker op. Ondanks dat het Azoren-hoog dit jaar
een Azoren-laag is, wordt het weer er op onze breedte (onder 20º N) niet
meer zozeer door beïnvloed. We houden gedurende de hele overtocht
rond de 20 knopen wind, meestal rond de 17 aan het eind van de dag en 23
knopen aan het eind van de nacht. We varen meestentijds met een
uitgeboomde genua 2, soms een grootzeil erbij. Als een squall zich meldt,
zetten we de werkfok, dan kunnen we de 30-35 knopen wind die daarin zit
gemakkelijk hebben.
Twee weken 24 uur per dag doorzeilen trekt z'n tol op het schip. Alles
gaat kapot. Meestal gaat er iedere dag wel iets nieuws kapot. De genua
2 scheurt en schavielt door. We repareren het op zee. Vallen en
schoten slijten, de staalkabel aan de spiboom breekt, een kuiploosgat
breekt uit het dek, de W.C. raakt lam en moeten we demonteren, de giek
schavielt zichzelf in de ophanging van het lummelbeslag aan de mast en
natuurlijk lekken er ramen. Maar het geluk lacht ons nog steeds toe: er
falen geen essentiële zaken. We horen tijdens onze overtocht via de
onderlinge SSB radio-tam-tam dat twee jachten worden verlaten door een
afgebroken roer (die boten kregen ze dus kennelijk niet meer aan het
zeilen). We kennen persoonlijk drie boten waarvan stagen gebroken zijn.
Religieus worden we er niet van, maar we controleren wel met regelmaat
essentiële onderdelen om eventueel ongerief in de kiem te kunnen smoren.
Het leven aan boord neem een vast ritme aan. Borrel en palaver om 17:00
locale tijd, soms doen we voor het donker een zeilwissel om de bemanning
die 's nachts van wacht af is niet te belasten. 18:00 eten we bij
zonsondergang, gevolgd door een afwasje en dan begint het wachtsysteem
zonder uitzondering met de wacht van Raymond. De schipper pakt om 6:00
UT de weerkaarten uit de lucht en van het internet, doet een analyse van
hetgeen metereologisch komen gaat, waarna de schipperse in haar wacht
het radiouurtje voor haar rekening neemt. We hebben via SSB contact met
een Amerikaans schip die we op de Kaap Verden ontmoet hebben (voor de
gezelligheid), en doen mee aan een overwegend Engels radionetwerk dat,
enigzinds saai, twee keer per dag onze positie, snelheid en
weersgegevens optekent (voor de je-weet-maar-nooit).
We horen via deze
tam-tam ook welk weer de andere boten om ons heen hebben en van
eventuele noodsituaties. Dat neemt men serieus in de informele
zeilersnetwerken. Als we "voor de gezelligheid" zeggen dat we maar 3
knopen lopen wegens een zeilreparatie komt er onmiddelijk terug
"Wateraap wateraap, this is Chatty. Please repeat the reason why you are
making 3 knots. Over". Echte problemen zoals roerfalen verspreiden zich
als een lopend vuurtje over de verschillende radionetwerken. Dezelfde boot
is onderwerp van gesprek op Herb (bekenste transatlantische
radionetwerk), ons netwerk en nog een ander
buurnetwerkje. Je bent niet alleen op de oceaan, dat is duidelijk.
Jachten genoeg in elk gebied om boten te assisteren en bemanning
eventueel van boord te nemen, en dat gebeurd dus ook echt. Het loopt
allemaal via de SSB-radio en dat is in die zin dus een nuttig
veiligheidsapparaat. Zeilers helpen zeilers midden op de oceaan.
Maar verder gebeurdt er niet veel tijdens onze
overtocht. We zien maar een keer dolfijnen, en dan nog 's nachts. We
komen twee vrachtschepen tegen in 15 dagen. We lezen ons dus maar suf aan boord. Verscheidene Terry
Pratchett's en romans worden verslonden, maar er is ook tijd voor
Spinoza, complexiteitstheorie en nanotechnologie. Eens in de zoveel
dagen mogen we een douche nemen aan dek met Kaapverdiaans water. Met
slechts 1,5 L water maar desalniettemin ultieme luxe (Zeilers doen veel
voor het milieu).
Aankomst: vrijdag 12 januari 2006, 16:00 UT
De schipperse heeft tijdens haar wacht de primeur. Door de mist en
wolken (ja, het regent) schijnt een flauwe vlek die wel eens een berg
zou kunnen zijn. De GPS geeft nog 25 mijl tot ons waypoint aan.
Inderdaad, wat uren later verschijnt het groen van Grenada. Even wennen:
het wordt weer druk aan boord. Boeken gaan terzijde. Zeilvoering wordt
aangepast. Zonnecellen gaan van dek af. Het ankergerei wordt in
gereedheid gebracht. Kaarten van de aanloop worden bestudeerd.
Inklaringsprocedures worden doorgenomen. De laatste hand wordt gelegd
aan de zelfgenaaide gastenvlag. De quarantainevlag gaat het want in.
Dan: Prickley bay. In scherp contrast met de
Caraibische levensstijl en de waarschuwingen in de pilot is het
aanloopkanaal keurig betond. Loeidruk, dat is het hier ook. We draaien
rustig een aantal rondjes om de beste ankergrond te vinden, gooien Bruce
over de reling en motoren achteruit. Bruce zet z'n tanden erin en laat
niet meer los. Zo. Rust. Smiles all around. De Carieb! Er is nu nog
slechts een ding waar de gehele bemanning haast mee heeft, en dat is zo
snel mogelijk in zwembroek overboord geraken. Plons, plons, plons en ...
plons. Hmmm, inderdaad: lauw badwater - dat had de folder belooft. Dat
het ook regent is alleen maar praktisch om na het zeebad het zout weer
van je af te spoelen.
Afgelegde afstand: 2238 nm. Tochtduur: 15 dagen en 4 uur.
Gemiddelde snelheid gedurende de overtocht: 6,2
knoop.
Logstand: 5467 nm. Watertemperatuur: 28º C.
|